De Amerikaanse president George W. Bush en de Britse leider Tony Blair hebben erkend dat er fouten zijn gemaakt bij de oorlog in Irak. Dat zeiden de twee leiders na een gesprek over Irak in het Witte Huis. Blair is net terug van een bezoek aan Irak.
‘We vonden geen wapens voor massavernietiging die we verwachtten aan te treffen en dat heeft vragen opgeroepen of de offers die we in Irak brengen het wel waard zijn,’ zei Bush. Toch is hij ervan overtuigd op de goede weg te zitten: ‘Ondanks tegenslagen en misstappen geloof ik sterk dat we het goede deden en doen.’
Als grootste fout van de regering noemde Bush het wangedrag van militairen in de Abu Graib-gevangenis in de Iraakse hoofdstad Bagdad. Ook was hij kritisch over zijn eigen taalgebruik. ‘Ik heb geleerd me beter uit te drukken. “Wanted, dead or alive”, van die uitdrukkingen. In sommige delen van de wereld is dat verkeerd uitgelegd.’
Bush wilde geen datum noemen waarop de Amerikaanse militairen uit Irak worden teruggetrokken. Ook Blair ontweek vragen daarover. ‘Niet een van de gekozen politieke leiders van de verschillenden groepen in Irak wil dat we nu weggaan,’ zei hij.
De steun van de Amerikaanse bevolking voor Bush is gedaald tot 39 procent, zo bleek gisteren. Dat is het laagste percentage sinds zijn aantreden als president. De oorlog in Irak is de voornaamste oorzaak voor de afkalvende steun.



