De Verenigde Staten hebben 12 miljard dollar in verfrommelde briefjes van honderd naar Irak gevlogen en het geld verdeeld zonder enige controle over wie het ontving en hoe het werd besteed. De onthutsende slordigheid waarmee de grootste transfer van cash geld in de geschiedenis van de Amerikaanse Centrale Bank (Federal Reserve) werd verricht, kwam aan het licht na onderzoek van een parlementscommissie.
In het jaar na de invasie van Irak, in 2003, werd ongeveer 360 ton geld van New York naar Bagdad overgevlogen. Het geld was bestemd voor Iraakse ministers en Amerikaanse aannemers. Tot twee keer per maand landden C-130 transportvliegtuigen die uitpuilden van het geld. Op 22 juni 2004, zes dagen voor de machtsoverdracht van de Amerikaanse bezetter naar de Iraakse interimregering, werd 2.401.600.000 dollar geleverd. Oorsprong van het geld? De verkoop van Iraakse olie, surplusfondsen van het ‘olie voor voedsel’-programma en aangeslagen Iraakse bezittingen. Bedoeling van het geld? De economie aanzwengelen en ambtenaren betalen die al maanden geen salaris hadden ontvangen, aldus de voormalige bezettingsleider Paul Bremer. De parlementscommissie heeft duidelijke aanwijzingen dat een groot deel van het geld in handen van de ‘vijand’ is terechtgekomen.
De voorzitter van de commissie en hevige tegenstander van de oorlog, Henry Waxman, noemt de manier waarop met het geld werd omgegaan onbegijpelijk. “De bedragen en de hoeveelheden zijn zo hoog dat het ongeloofwaardig lijkt. Iemand die zijn verstand gebruikt, stuurt toch geen 360 ton geld naar een oorlogszone”. De onthullingen kaderen in een groter onderzoek naar fraude, misbruik en verspilling door de VS in Irak.


