Asielzoekers in Nederland worden bijna vier keer zo vaak verdacht van criminele activiteiten als de gemiddelde Nederlander. Maar in vergelijking met in Nederland wonende Antillianen en Marokkanen gaan ze minder vaak de fout in.
Dat blijkt uit een vandaag verschenen rapport van de Politieacademie in Apeldoorn.
Van de asielzoekers die in ons land verblijven wordt 5,4 procent verdacht van criminele activiteiten. Van de totale Nederlandse bevolking wordt 1,5 procent daarvan verdacht. Onder allochtonen ligt dat percentage volgens de onderzoekers veel hoger. Van de Marokkanen in Nederland wordt 6,1 procent verdacht. Bij Antillianen gaat het om 7,5 procent.
De cijfers zijn opmerkelijk, want asielzoekers komen doorgaans naar Nederland in de hoop op een beter, veiliger leven. Maar wie een misdrijf pleegt, verkleint de kans op een verblijfsvergunning.
De onderzoekers geven als mogelijke verklaring dat asielzoekers vaak langdurig in asielzoekerscentra verblijven, waar zij de tijd doden met wachten. Dit kan een rol spelen bij het feit dat zij vaker dan gemiddeld de fout ingaan, stellen de onderzoekers.
Het gaat dikwijls om delicten waarmee asielzoekers ‘in hun levensonderhoud voorzien’. Ook hangt het gepleegde misdrijf vaak samen met een verslaving.



