
Bijna alle middelbare scholieren hebben een mobieltje. Ouders zijn er blij mee, want ze kunnen hun kinderen altijd bereiken. Scholen hebben er vooral last van en hanteren strenge regels. „Sommige leerlingen gaan echt flippen.“
Met een ferme zwaai opent rector Rola Hulsbergen van het Haagse Aloysius College de zware metalen deur van de brandkast in de hoek van haar kamer. Onderin liggen vijftien mobieltjes te wachten tot de eigenaren ze weer mogen komen ophalen. Hulsbergen heeft ze keurig verpakt in enveloppen met daarop de naam van de eigenaar en de datum van confiscatie.
Hulsbergen is onverbiddelijk. Mobieltjes die afgaan tijdens de les verdwijnen voor twee weken in haar kluis. „Het is een noodzakelijke regel die uitstekend werkt“, zegt ze terwijl ze streng over de rand van haar bril kijkt. „Hun mobieltje verliezen is het laatste wat de leerlingen willen. Het ding is erg belangrijk voor hun sociale contacten.“ Het beheren van inbeslaggenomen mobieltjes is voor Nederlandse schooldirecteuren inmiddels een substantiële taak geworden. Op bijna alle middelbare scholen krijg je straf als je je mobiele telefoon tijdens de les gebruikt. Het tijdelijk inleveren van de telefoon bij de rector, is de meest voorkomende sanctie.
Op de afdeling Jan van Egmond van de Purmerendse Scholengemeenschap zijn ze nog strenger. Bellen binnen het schoolgebouw mag alleen in de aula. Op alle andere plekken binnen de school moet de telefoon uit staan. De school voerde de regel aan het begin van dit schooljaar in om een einde te maken aan de oeverloze discussies met leerlingen over het gebruik van hun mobieltje.
Tijdens examens en proefwerken moeten leerlingen op de meeste scholen hun mobiele telefoon vantevoren afgeven om ‘spieken op afstand’ te voorkomen. Docent Frans Roovers van het Cobbenhagen College in Tilburg maakte het regelmatig mee dat leerlingen onder de schoolbank antwoorden naar elkaar zaten te sms’en, of zelfs foto’s van de antwoorden naar elkaar stuurden. De school heeft nu een apparaatje aangeschaft waarmee tijdens proefwerken gecontroleerd wordt of er draadloze bluetoothverbindingen actief zijn in het lokaal.
Als er een ringtone klinkt tijdens de les beginnen de leerlingen meestal hard te kuchen in de hoop dat de leraar het niet hoort, vertelt mavoscholier Kamy (15). En dan moet de leraar nog raden van wie het mobieltje was dat afging. „Als niemand iets zegt, moet iedereen na de les in de klas blijven, tot de schuldige zich meldt.“ De inbeslagname van een mobieltje vergt van de docent de nodige overtuigingskracht. „Sommige leerlingen gaan echt flippen“, weet Kamy.
„Vooral als ze je telefoon op vrijdag afpakken. Meestal duurt het een paar dagen voor je een nieuwe simkaart hebt geregeld.“ Een nieuwe telefoon is volgens Kamy voor weinig leerlingen een probleem. „Bijna iedereen heeft thuis nog wel een reservetoestel en anders leen je er een van een vriend. Het belangrijkste is dat je voordat de leraar je telefoon afpakt, je snel je simkaart eruit haalt.“ Echt slimme leerlingen hebben thuis al lang een reservesimkaart klaarliggen, een service die de meeste mobiele telefoonbedrijven tegenwoordig aanbieden.
Het afpakken van telefoons levert docenten overigens niet alleen discussie met leerlingen op. Ook ouders bemoeien zich er graag mee. Rector Hulsbergen kreeg al een paar keer te maken met vaders die met opgestroopte hemdsmouwen de mobiele telefoon van hun zoon of dochter kwamen opeisen.



