Prinses Máxima is ingeburgerd en voelt zich thuis in Nederland. Na 110 informele werkbezoeken, sinds het voorjaar van 2002, is haar bijzondere introductieprogramma afgelopen. In een interview met televisieprogramma NOVA vertelde de ontspannen prinses in ‘gewoon’ Nederlands, dat ze zich nu wil concentreren op de komst van haar tweede kindje en op haar werk.
Een groot verschil met het Belgisch koningshuis. Daar weigert men steevast de taal van de meerderheid van het volk, het Nederlands, aan te leren. In een vraaggesprek in een Italiaanse krant zei koningin Paola indertijd dat ze het Vlaams “een boerentaal vond en deze nooit zou aanleren”. Prinses Mathilde weigert eveneens steevast elke vraag die in het Nederlands is gesteld te beantwoorden. Journalisten moeten op voorhand beloven haar geen vragen in het Nederlands te stellen. Zoniet krijgen ze geen toegang.
Het Nederlandse koningshuis is het enige ter wereld dat de taal van ons volk spreekt, dit zonder stelling te nemen pro- of contra het princiepe van een koningshuis.
Tijdens haar inburgeringstraject kreeg prinses Máxima heel wat studie-uren en werkbezoeken voor haar kiezen. Ze bezocht ziekenhuizen, zorginstellingen en gevangenissen, maar stak ook haar licht op bij kunstenaars, op scholen en bij boeren. Dit alles om de Nederlandse samenleving beter te leren kennen.
De introductieperiode is nu achter de rug: Máxima is ingeburgerd, al hecht ze zelf niet zo heel veel waarde aan het begrip inburgering. “Ik voel me hier thuis en dat is het belangrijkste”, zei zij tijdens het interview met Jeroen Pauw op 14 februari.
Máxima leerde Nederland eigenlijk voor het eerst kennen door de zeventiende-eeuwse schilderkunst. Later, op de middelbare school kwam daar de Nederlandse strijd tegen het water bij, de economie en de wereldhaven van Rotterdam. Het Koningshuis volgde ze in eerste instantie niet.
Op de Aprilfeesten in Sevilla leerde ze in 1999 prins Willem-Alexander kennen. De twee kregen een relatie.
Haar eerste echte kennismaking met Nederland volgt in augustus dat jaar. “Het was een mooie zomerdag”, weet Máxima zich te herinneren. “Alles groen en vooral netjes.” Maar het is vooral de Nederlandse vrouw, die haar het meeste opviel. “Ik zag een vrouw op een fiets rijden. Een kind voorop, een kind achterop en de boodschappen aan het stuur”. Dat ziet ze zichzelf niet zo maar doen. De Nederlandse vrouwen maakten dan ook direct een sterke indruk op haar.
Om Nederland beter te leren kennen, legde zij enkele anonieme bezoeken af. Zo maakte ze bijvoorbeeld kennis met Amsterdam, at ze haar eerste bitterbal en genoot ze van een ‘bakkie koffie’.
In New York, waar ze werkte voor de Deutsche Bank, begon ze later met Nederlandse lessen. Ze leerde niet alleen de taal, maar ook over typische gebruiken, die Nederland maken tot wat het nu is.
Overigens was het snel afgelopen met de anonimiteit. Jammer, maar onvermijdelijk volgens de prinses.
Vanaf voorjaar 2002 verkende ze alle sectoren van de Nederlandse samenleving. Van zorg tot onderwijs en van economie tot justitie. Hoogleraren, beleidsmedewerkers en stadsmariniers zijn vanaf dat moment haar gesprekspartners. Het introductieprogramma is begonnen.
Om een compleet beeld te krijgen van Nederland worden ook scholen en boerderijen vereerd met een onaangekondigd bezoek. Zo nam Máxima bijvoorbeeld een kijkje op een biologische boerderij in Putten.
De intensieve veeteelt, zoals wij die kennen, is nieuw voor haar. Het boerenleven op zich niet: in Argentinië molk ze zelf koeien en hielp ze mee het vee in de stallen te krijgen.
Ondanks de heel brede introductie voelt Máxima zich niet geëxamineerd. “Integendeel. Mensen dragen veel informatie over, maar vertellen daarnaast ook hun persoonlijke verhaal en hun problemen. Dat vind ik echt fantastisch.”
Dichtbij de mensen komen vindt ze dan ook erg belangrijk. Anoniem lukt dit nauwelijks. Echt erg vindt ze dit niet. “Ik doe niets wat geheim moet blijven”, zegt de prinses in het interview.
Over haar populariteit kan ze kort zijn. “Ik weet niet waar die vandaan komt. Ik probeer altijd mezelf te zijn en zo te blijven. Ik moet gewoon zorgen dat ik mijn werk goed doe.” Maar wat houdt het werk van een prinses eigenlijk in?
”Ik ben lid van de commissie PaVEM (Participatie van Vrouwen uit Etnische Minderheidsgroepen- red.) en zet me in om de positie van de allochtone vrouw te verbeteren.” Samen met andere commissieleden zet zij zich in op het gebied van taal, werkgelegenheid en de maatschappelijke dialoog. Werkgevers moeten meer allochtone vrouwen in dienst nemen. Meer taalcursussen, overleg met werkgevers en gemeenten zijn hiervoor volgens Máxima van groot belang.
Verder is ze lid van de Groep van Adviseurs voor het Internationale Jaar van het Microkrediet. Microkredieten zijn kleine kredieten van soms maar enkele tientallen dollars, die in ontwikkelingslanden worden verstrekt. Kleine ondernemers, zoals winkeliers, marktkooplui en ambachtslieden, komen hiervoor in aanmerking.
Over de inhoud van het werk van een prinses wil Máxima nog iets kwijt. “Het is natuurlijk ook een persoonlijke invulling. Naast het hele officiële gedeelte, staatsbezoeken en dergelijke, hecht ik erg veel waarden aan sociale cohesie. Daar besteed ik erg veel aandacht aan. Ik wil helpen om partijen bij elkaar te brengen. Ik ben ook een allochtoon.”
Halverwege dit jaar wil ze ruimte inlassen voor de geboorte van haar tweede kind. “Als moeder moet je tijd maken voor je kinderen, je moet er bij zijn”, vindt Máxima. Wordt ze dan minder prinses en meer huisvrouw? “Over een paar maanden hebben we twee kinderen. Ik moet een juiste balans vinden tussen het werk en het gezinsleven. Net zoals veel andere vrouwen in Nederland.”




0 responses so far ↓
There are no comments yet...Kick things off by filling out the form below.
You must log in to post a comment.