door Gertjan van Schoonhoven, voor Elsevier
Bron : http://www.elsevier.nl/opinie/commentaren/asp/artnr/151015/index.html
Wat is er over van de erfenis van Pim Fortuyn? Met zijn politieke ideeën en plannen is weinig gebeurd, al hebben vijf roerige post-Fortuynjaren wel degelijk hun louterende effect gehad.
Alleen al het feit dat de Amsterdamse PvdA-wethouder Lodewijk Asscher zich afgelopen week publiekelijk boos maakte over basisscholen in de hoofdstad die niet meer onderwijzen over het leven op de boerderij omdat islamitische kinderen de klas afbreken zodra het varken ter sprake komt, geeft aan dat het politieke integratiedebat een stuk minder verkrampt is dan in de tweede helft van de jaren negentig.
Maar het is, terugblikkend, ook opvallend hoezeer de nationale verwerking van de moord op Fortuyn uiteindelijk is ontaard in een schier eindeloos debat.
Eerst ging dat debat over de vraag waarom het debat er in de pre-Fortuynjaren niet was geweest, toen ging het debat over het debat dat er dan eindelijk wel was en toen, na verloop van tijd, ging het debat alweer over de grenzen van dat losgebroken debat.
De meeste energie is de afgelopen jaren dus gaan zitten in verbale activiteiten: problemen benoemen, problemen ‘bespreken’ dan wel problemen ‘bespreekbaar maken’. Dit is misschien geen ‘verkwanseling’ van de ideeën van Fortuyn, maar als ‘erfenis’ wel eenzijdig.
Wie voor de gelegenheid gewoon weer eens leest wat de man bij leven en welzijn had te melden, bijvoorbeeld in zijn honderden Elsevier-columns, ziet dat Fortuyn in veel opzichten een politicus van de daad was.
Weliswaar een politicus die aan de kant stond omdat niemand hem wilde hebben, maar toch eentje die als het ware met de gereedschapskist in de hand stond te popelen om aan de slag te gaan. Fortuyn was meer een politicus die problemen wilde oplossen dan er lekker lang over debatteren.
En juist op dat punt, de daadkracht, is de erfenis van Fortuyn nogal bleek, vijf jaar later. Immigratie als een buitengewoon concrete aanjaagfactor van maatschappelijke problemen bijvoorbeeld, is weer helemaal weg uit de politieke discussie en heeft plaatsgemaakt voor een stokoude maakbaarheidsillusie: meer geld en meer welzijnswerk, dan komt het allemaal wel goed.
Vijf jaar debat zijn in dat opzicht dus wel weggegooide jaren geweest: wel woorden, geen daden.