De Japanse overheid hoeft geen smartengeld te betalen aan Chinezen die in de Tweede Wereldoorlog in Japan dwangarbeid verrichtten. In 2004 bepaalde een rechter nog dat dit wel het geval was. De regering en het eveneens veroordeelde bedrijf Rinko waren tegen deze uitspraak in beroep gegaan en worden nu dus in het gelijk gesteld.
De rechter stelde het bedrijf en de regering drie jaar geleden aansprakelijk voor het feit dat Chinezen in de oorlog door Japan als dwangarbeiders werden gebruikt en bepaalde dat de tien voormalige dwangarbeiders plus de twee nabestaanden van dwangarbeiders die de zaak hadden aangespannen recht hadden op in totaal 88 miljoen yen (575.000 euro) smartengeld. Het was voor het eerst dat een rechter een dergelijke claim toewees.


