Geschreven door S. Verheyden in 1984 toen Bert Eriksson in een belgische kerker te Merksplas was opgesloten.
Je was steeds voor Vlaanderen bereid,
vechtend te dienen ten allen tijd.
Je roept de militant: “hou immer stand”,
zo luide de storm in Vlaanderland.
Gij leide met ijzersterke hand,
Je was onze Roeland, kleppende brand.
Dankbaarheid, levenslust, ideaal en verzet,
God heeft je zo op je plaats gezet.
Verknechting, tegenstand, wrok en haat,
maakte ons volk van grote daad.
Honderden zijn gekomen en gegaan,
maar een volk zal nooit vergaan.
Jij krijgt een plaats als Vlaamse zoon,
verbonden aan de Dietse kroon.
Nog leeft hier een jeugd die kan strijden.
Samen met u staat zij bereid alle tijden.
