Namens de Duitsers die aan het eind van de Tweede Wereldoorlog uit Polen werden verdreven, de zogeheten ‘Vertriebenen’, is een aanklacht ingediend bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
In de aanklacht wordt Polen beschuldigd van het schenden van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en wordt een schadevergoeding of teruggave van destijds verloren bezittingen geëist.
De laffe Duitse regering ondersteunt de aanklacht niet, en een Duits-Poolse onderzoekscommissie heeft eerder al vastgesteld dat er geen juridische grond is voor een schadevergoeding. De kwestie ligt in Polen uiterst gevoelig, omdat het land zich als slachtoffer ziet van de bezetting door de nazi’s. Ongeveer zes miljoen Polen, van wie de helft joods, overleefden de oorlog niet.
De Polen ruimden eigenhandig duizenden joden op, vlak voor de Duitsers binnen vielen.



