Hypocriete houding van de traditionele vakbonden bereikt nieuw dieptepunt
Dit is een verwijzing naar de webstek van Pieter Van Boxel
Vlaams Belang stapt andermaal naar de rechtbank om de uitsluiting van een mandataris door een vakbond aan te klagen. Opmerkelijk is dat de mandataris, Pieter Van Boxel, van Indonesische afkomst is. Hijzelf vindt het dan ook absurd dat men hem omwille van racistische redenen uit het LBC heeft gezet.
De 24-jarige Van Boxel studeert aan een hogeschool. Aangezien hij intussen gewerkt had, had hij een werkloosheidsvergoeding aangevraagd. Doordat hij uit de vakbond gezet werd, komt de uitbetaling nu in gevaar, stelt hij.
Van Boxel stapte in augustus 2005 van de N-VA over naar Vlaams Belang. Hij is sinds de jongste gemeenteraadsverkiezingen fractieleider in Malle. In zijn ontslagbrief stelt het LBC dat het feit dat Van Boxel kandidaat was voor het Vlaams Belang, “niet overeenstemt met de democratische en antiracistische waarden welke door onze organisatie worden gedragen en onderschreven”. Van Boxel kan daar gezien zijn huidskleur niet bijkomen.
Het Vlaams Belang heeft sinds de lokale verkiezingen de strijd tegen de uitsluiting van partijmilitanten opgevoerd. In totaal werden er tot vandaag al meer dan 400 militanten uit de vakbond gezet. Vooral de christelijke vakbond gaat daarbij grof tewerk, stelt Marie-Rose Morel, die de vakbondscel van de partij leidt.
De partij heeft vier processen voor de rechtbank lopen. Daar komen er zeker nog vijf bij, aldus Morel. In de meest flagrante gevallen stappen we naar de rechter, stelt ze. Marie-Rose Morel herhaalde daarbij dat een recente uitspraak van het Europees Hof in Straatsburg in de kaart van Vlaams Belang speelt. Volgens haar volgt daaruit dat een vakbond niet zomaar leden kan uitsluiten omdat de bonden overheidssubsidies krijgen (voor de uitbetaling van de werkloosheidsuitkeringen) en er sprake is van een “close shop”-systeem (bij de sociale verkiezingen).



