Ongeveer een vierde van de Brusselaars leeft onder de armoedegrens en één op de zes inwoners van de hoofdstad tussen 18 en 64 jaar leeft van een vervangingsinkomen. Dat blijkt uit de Welzijnsbaromter 2006 van het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn Brussel.
De cijfers tonen volgens het observatorium aan dat 27 procent van de Brusselaars onder de armoedegrens leeft. In Vlaanderen ligt dat percentage op 11 procent, in Wallonië op 18 procent. Het Belgische gemiddelde bedraagt 15 procent. Er blijkt ook een grote sociale ongelijkheid wat betreft gezondheid. In vergelijking met kinderen van tweeverdieners is het risico om kort na de geboorte te sterven drie keer hoger en het risico op wiegendood vijf keer hoger dan bij kinderen geboren in gezinnen zonder inkomen uit arbeid.
Brusselaars met een laag opleidingsniveau hebben ook 3,5 keer meer obesitas, drie keer meer depressies en lieten bijna drie keer minder een preventief onderzoek voor baarmoederhalskanker uitvoeren dan mensen met een diploma hoger onderwijs.



