De boerenstand verdwijnt veel sneller dan verwacht. De overheid moet daarop inspelen door veel meer ruimte te bieden aan niet-agrarische activiteiten op het platteland. Alleen in tuinbouw, bollen en veeteelt is overlevingskans
Dit concluderen Herman Agricola en Pieter Vereijken van het researchcentrum van de Rijksuniversiteit Wageningen. Zij analyseerden de zogeheten Meitelling, een enquête die het ministerie van Landbouw jaarlijks houdt onder alle boeren.
Vorig jaar waren er nog negentigduizend agrarische bedrijven, zo blijkt uit de jongste telling. Maar omdat er de laatste jaren elk jaar zo’n vierduizend boeren stopten, verwacht de agrarische sector zelf dat er over tien jaar nog slechts vijftigduizend boerenbedrijven over zullen zijn.
De afkalving van de sector zal veel sneller gaan, omdat de helft van de boeren inmiddels ouder is dan 55 jaar en geen opvolger heeft voor het bedrijf, merken Vereijken en Agricola echter op. Zij voorspellen een terugval tot zo’n twintigduizend boeren binnen tien à vijftien jaar.
Vooral in de extensieve veeteelt en akkerbouw is de economische levensvatbaarheid van boerenbedrijven bedroevend laag, aldus de wetenschappers, die dit per gemeente in kaart hebben gebracht. Met name in Utrecht, Noord-Holland midden, Zuid-Limburg, de oostkant van de Veluwe en delen van Twente, Overijssel en Zeeland verkeren veel bedrijven op het randje van de ondergang.
Het probleem voor deze boeren is niet alleen dat zij nu al te weinig verdienen. Als gevolg van de onlangs aangekondigde Europese landbouwhervorming krijgen zij ook nog eens te maken met toenemende concurrentie uit andere Europese landen en vanuit de wereldmarkt.
Het enige serieuze antwoord daarop is volgens Agricola en Vereijken schaalvergroting. Maar dat is in Nederland nogal lastig door opeenstapeling van milieuregels, de hoge grondprijzen en arbeidskosten.
Zowel de agrarische sector als het ministerie van Landbouw zal de harde werkelijkheid daarom eindelijk eens moeten aanvaarden, menen de onderzoekers, die overigens zelf uit agrarische families afkomstig zijn. ‘Behalve in de bollen, de tuinbouw en de intensieve veehouderij is de kans op overleving van de boeren klein.’
Ook recente plannen om de boeren als natuurbeheerder in te schakelen, bieden de sector maar weinig soelaas. Vereijken: ‘De bedragen die daarvoor beschikbaar zullen komen, zijn hooguit een druppel op een gloeiende plaat.’
Het ruimtelijk beleid moet radicaal worden gewijzigd, bepleiten de onderzoekers. Om het landschap en de boeren tegen de oprukkende verstedelijking te beschermen, verbieden de bestemmingsplannen van gemeenten nu vrijwel alle niet-agrarische activiteiten op het platteland.
Maar die bescherming begint in haar tegendeel te verkeren, zegt Vereijken. ‘Veel boeren zouden best een andere onderneming willen beginnen, maar dat mag niet van het bestemmingsplan. Daarmee gaat een geweldig potentieel aan ondernemingszin verloren en daar is de leefbaarheid van het platteland niet bij gebaat.’
Het rijk en de gemeenten moeten veel meer mogelijkheden scheppen voor wonen op ruime kavels op het platteland, vinden de onderzoekers. Daarnaar bestaat een grote vraag bij stadsbewoners.
‘Indien goed georganiseerd en verantwoord ingepast, kunnen met de opbrengsten van zulke projecten andere delen van het cultuurlandschap veel beter worden beheerd en beschermd.’
Boerenstand slinkt nog sneller dan verwacht
August 23rd, 2003 · Post your comment (No Comments)
Tags: Milieu




0 responses so far ↓
There are no comments yet...Kick things off by filling out the form below.
You must log in to post a comment.