Minister Hoogervorst (volksgezondheid) wil dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg de bemoeienis van de farmaceutische industrie met de behandeling van patiënten onderzoekt. De bewindsman zegt dit na de publicatie, vandaag, van het boek ’Slikken’ van Trouw-journalist Joop Bouma, over de promotie van geneesmiddelen in Nederland. Hierin staan voorbeelden van beïnvloeding van behandelrichtlijnen voor patiënten.
In behandelstandaarden, opgesteld door gespecialiseerde artsen, staan onder meer adviezen over geneesmiddelen. Veiligheid, effectiviteit en de prijs bepalen welk middel het begeerde predikaat ’eerste keus’ krijgt. Farmaceutische bedrijven streven naar een zo hoog mogelijke plaatsing van hun middelen.
„We weten dat de industrie een groot belang heeft bij de NHG-standaarden”, zegt medisch directeur Arno Timmermans van het Nederlands Huisartsen Genootschap in het boek. „Als wij een nieuwe standaard autoriseren, dan wordt er de volgende dag feestgevierd bij de producent van het middel van eerste keus.”
Eind 2004 oefende farmaceutisch bedrijf GlaxoSmithKline (GSK) druk uit om de tekst aangepast te krijgen van de richtlijn ’Behandeling van tabaksverslaving’, die in 2005 werd gepubliceerd. GSK brengt de stoppen- met-rokenpil Zyban op de markt. De fabrikant dreigde met advocaten als enkele minder gunstige passages over Zyban in de richtlijn niet werden aangepast. De actie had succes, de tekst werd gewijzigd ten gunste van GSK.
Hoogervorst vindt het ’onacceptabel als behandelingen door farmaceutische belangen worden beïnvloed’. „Die richtlijnen moeten objectief zijn. We pogen in de protocollen bewezen medische behandelmethoden vast te leggen. Het publiek moet er van uit kunnen gaan dat de richtlijnen zijn gebaseerd op wetenschappelijk bewijs.”
Hoogervorst wil ook dat artsen die behandelrichtlijnen opstellen, openheid geven over hun financiële relaties met farmaceutische bedrijven. „Als artsen voor de industrie werken, waar op zich niets mis mee is, moeten zij helder maken waar de commerciële belangen liggen.” Dit geldt ook voor artsen die nascholingen geven, vindt de minister.
Uit het boek blijkt dat docenten van nascholingen vaak ook als adviseur worden betaald door farmaceutische bedrijven die de cursussen organiseren. Lang niet altijd wordt dit aan de deelnemende dokters gemeld. Hoogervorst ziet een rol voor de artsenorganisatie KNMG bij het opstellen van ’transparantie-eisen’.



