Voor het West-Vlaamse hof van assisen vond het proces tegen de 36-jarige Najim El Boudani plaats. Hij stond in Brugge terecht voor moord op zijn 20-jarige echtgenote Soumia Al Wachiri op 19 september 2003 in Zonnebeke. Ze werd gewurgd omdat de beschuldigde meende dat ze overspel pleegde. El Boudani heeft de feiten bekend, maar vraagt in een akte van verdediging om rekening te houden met zijn culturele achtergrond.
De beschuldigde dacht destijds dat zijn meer dan 15 jaar jongere echtgenote met andere mannen flirtte. Hij meende daarvoor bewijzen te hebben gevonden en confronteerde haar hiermee op de avond van de feiten op een afgelegen plek in Zonnebeke. Hij wilde bekentenissen afdwingen door haar een touw rond de nek te leggen. Hij spande het aan waarop ze bewusteloos raakte en overleed. Nadien gooide hij haar lichaam in het kanaal Roeselare-Ooigem. Twee dagen later ging hij haar verdwijning aangeven bij de politie. Al snel ging hij tot bekentenissen over, maar hij beklemtoonde steeds dat hij zijn vrouw niet wilde doden.
Meester Walter Vansteenbrugge, die de beschuldigde bijstond, vroeg bij de aanvang van het proces aan de vijf vrouwen en zeven mannen van de jury om tijdens de zaak oog te hebben voor de culturele achtergrond en het waardenpatroon van de Berber.
De moordenaar kreeg 18 jaar. Het slachtoffer levenslang.



