Israël wil niets loslaten over een luchtaanval die het volgens berichten eerder deze maand heeft uitgevoerd op Syrië. Uit angst dat er via parlementsleden toch iets over naar buiten komt, kreeg het hoofd van de militaire inlichtingendienst, Amos Yadlin, opdracht over Syrië te zwijgen als hij vandaag voor de parlementaire commissie voor buitenlandse zaken en defensie moet verschijnen. De opdracht kwam van de voorzitter van de commissie, Tzachi Hanegbi.
Een Amerikaanse regeringsfunctionaris bevestigde vorige week dat er een Israëlische aanval op noordelijk Syrisch grondgebied had plaatsgevonden. Het doelwit waren Iraanse wapens bestemd voor de Libanese Hezbollah, zei hij. In sommige buitenlandse nieuwsberichten werd gezegd dat het doelwit een Syrische fabriek was voor niet- conventionele wapens, mogelijk kernwapens. Andere hypotheses waren dat Israël een spionagemissie uitvoerde om de Syrische luchtafweer te testen, of een luchtcorrridor verkende die het wil gebruiken bij een toekomstige aanval op Iraanse kerninstallaties.
De Amerikaanse waarnemend onderminister van buitenlandse zaken Andrew Semmel zei in antwoord op vragen over de Israëlische aanval dat er Noord-Koreanen in Syrië zijn en dat Damascus mogelijk contact heeft gehad met “geheime leveranciers” van atoomapparatuur.
De Syrische krant Al-Thawra Al-Thawra noemde Semmels bewering “een aperte leugen”. Hij zei dat Syrië de internationale gemeenschap herhaaldelijk heeft gevraagd Israël zijn honderden kernwapens af te nemen en heeft opgeroepen tot een Midden-Oosten dat vrij is van massavernietigingswapens. De krant zei dat de door de VS verspreide geruchten over nucleaire samenwerking met Noord-Korea de opmaat kunnen vormen tot een militaire aanval op Syrië en voorspelde dat meer verdachtmakingen zullen volgen.
De Syrische minister van informatie Mohsen Bilal noemde de beschuldigingen over atoomsamenwerking met Noord-Korea donderdag “een nieuwe draai” die de Amerikanen aan de gebeurtenissen geven “om Israël te dekken”.