In de Palestijnse gebieden neemt de armoede toe. Ruim 60 procent van de Palestijnen leeft onder de armoedegrens, zo blijkt uit een rapport dat de VN donderdag publiceerde.
Voor het begin van de Intifada, eind september 2000, was 10 pct van de Palestijnen werkloos. Intussen is dat percentage opgelopen tot 30 pct, zo blijkt uit het rapport. De VN hebben 215 miljoen dollar noodhulp nodig om de Palestijnse bevolking te helpen, waarvan 74 miljoen dollar voedselhulp en 73 miljoen dollar om jobs te creëren.
De adjunct-directeur van het VN-agentschap voor Palestijnse vluchtelingen, Filippo Grandi, bevestigt dat de situatie is verslechterd door de blokkades die het Israëlische leger optrok op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook. Sinds september heeft het Israëlische leger zich wel uit de Gazastrook teruggetrokken.
“Niettegenstaande de diensten die het VN-agentschap voor Palestijnse vluchtelingen de voorbije 50 jaar heeft geleverd, blijven we op humanitair vlak actief door de blokkades”, aldus Grandi.
Volgens het rapport leeft 64 pct van de Palestijnse bevolking onder de armoedegrens. Dat betekent dat ze met minder dan 2,2 dollar (1,85 euro) per dag moeten rondkomen. De helft van hen leeft in extreme armoede (minder dan 1,6 dollar per dag). In de Gazastrook leeft 78 pct van de bevolking onder de armoedegrens.



