Weer heeft een onderzoekscommissie van de Verenigde Naties Israël zwaar op de korrel genomen. Nadat de Joodse staat jarenlang immuun bleek te zijn voor kritiek vanuit de internationale gemeenschap, blijkt dat met de recente lawine aan berispingen en veroordelingen dat sedert de Libanonoorlog van afgelopen zomer een soort psychologische barrière is doorbroken.
In bericht dat vandaag in Genève gepubliceerd werd, hebben drie VN-deskundigen het over “klaarblijkelijke overtredingen” van het humanitaire volkenrecht. De commissie was op 11 agustus opgericht door de zelf nog nagelnieuwe VN-mensenrechtenraad, waar islamitische en Arabische landen een meerderheid hebben. Doordat de raad herhaaldelijk met kritiek op Israël komt, ligt hij zelf onder vuur. VN-secretaris-generaal Kofi Annan vindt dat de raad met twee maten meet, onder meer omdat een kwestie als Darfur er nog steeds niet aan bod is gekomen
De deskundigencommissie kwam tot het besluit dat Israël “op excessieve en buitenproportionele wijze geweld heeft gebruikt”. Het leger richtte dit geweld tegen burgers, en er werd geen onderscheid gemaakt tussen burgers en militairen, aldus het rapport. Aldus vertoonde het geweld trekjes van een “collectieve bestraffing”.
Ook vandaag drong de mensenrechtenorganisatie Amnesty International aan op verder onderzoek naar schendingen van de mensenrechten (door Israël én door Hezbollah) tijdens het conflict in Libanon. Amnesty wees, net als de VN-commissie, ook op het gebruik door Israël van clusterbommen. Landen als de VS, Groot-Britannië en Israël blokkeren al een tijdje internationale wetgeving die het inzetten van fragmentatiebommen verbiedt.



