Het debat van het Front National en zijn voorzitter Daniel Féret gaat voort voor het (Franstalige) hof van beroep in Brussel. Dinsdag heeft de bekende strafpleiter Xavier Magnée (ex-advocaat van Marc Dutroux) gevraagd dat zijn cliënt Féret voor het assisenhof zou verschijnen. Het hof van beroep moet zich volgens Magnée onbevoegd verklaren. Ten gronde pleitte hij de vrijspraak.
Maandag vorderde het openbaar ministerie één jaar effectief voor Féret en de ontbinding van de partij FN.
“Dit is een politiek proces en dus de bevoegdheid van het assisenhof”, pleitte Magnée. Hij wees erop dat in de aanklacht van het openbaar ministerie ook uit het partijprogramma van de Front National wordt geciteerd.
“Indien dit geen politiek proces is, dan bestaan er geen politieke processen. Laat dit debat binnen de muren van het parlement, dat het overigens nooit had moeten verlaten. Indien we alle politici moeten vervolgen die, zoals men Féret verwijt, ’simplistische ideeën verspreiden naar een onwetend en populair publiek’, zouden er heel wat mensen terechtstaan voor de rechtbanken en hoven. De vraag is niet of men het al dan niet eens is met de ideeën van Féret. Persoonlijk deel ik ze niet”, pleitte de gewezen stafhouder.
Daarnaast wierp Magnée ook op dat het Brussels parlement en dat van de Franse gemeenschap nog moeten beslissen over de parlementaire onschendbaarheid van Féret.
Indien het hof zich toch bevoegd zou verklaren, dan moet het Féret vrijspreken, omwille van het recht op vrije meningsuiting, vond Magnée.
Vzw
Wat de vzw FN betreft, die eveneens vervolgd wordt, vond Diane Landelle, advocate van de vzw, dat het openbaar ministerie geen verschil maakte tussen de partij en de vzw. Deze laatste heeft volgens de advocate geen enkele politieke activiteit gefinancierd. Ze wees er ook op dat de substitute die destijds de zaak voor de rechtbank bracht, in het parlement juridische raadgevingen is komen geven over hoe de strijd aan te binden met extreemrechts.
De debatten worden op 7 maart voortgezet. Dat zal Didier De Quévy pleiten voor Georges-Pierre Tonnelier, de gewezen parlementaire medewerker van Féret.



