26,2 procent van de Vlamingen is van mening dat corruptie een zeer wijdverspreid fenomeen is bij politici. Nagenoeg evenveel, 27 procent, denkt dat het fenomeen niet wijdverspreid is of zelfs bijna niet voorkomt. Dit blijkt uit een bevraging die eind 2005-begin 2006 werd uitgevoerd in opdracht van het Leuvense Instituut voor de Overheid.
De KU Leuven organiseert regelmatig een enquête bij de Vlamingen over allerhande aspecten van de werking van de overheid. Veel Vlamingen blijken een gering vertrouwen te hebben in de overheid. Liefst 60 procent van de Vlamingen stelt dat een ‘lange arm’ nodig is om iets gedaan te krijgen van de overheid. Slechts 9 procent denkt dat dit niet zo is. Het negatieve oordeel komt meer voor bij laaggeschoolden dan bij hooggeschoolden. Mensen die zelf bij de overheid werken of er naaste familie hebben, hebben over het algemeen een positiever beeld.
Nagenoeg drie kwart van de Vlamingen denkt dat corruptie bij politici en ambtenaren een beetje tot zeer wijdverspreid is. Bijna tachtig procent denkt dat ambtenaren vaak of soms hun functie misbruiken om zichzelf of een kennis te bevoordelen. De onderzoekers wijzen er wel op dat dit allemaal perceptie is en dat ander onderzoek moet uitwijzen of en in welke mate die perceptie ook realiteit is.
Slechts dertig procent van de Vlamingen denkt dat er nu minder politieke benoemingen zijn dan twintig jaar geleden. Liefst 56,6 procent denkt dat de meeste ambtenaren in zijn/haar gemeente benoemd zijn dankzij politieke contacten. 50 procent denkt dat “iemand kennen” een voorwaarde is om bij de overheid aan de slag te kunnen. Twee derde van de Vlamingen zegt te weinig inspraak te hebben in het beleid. Bijna de helft wil meer referenda.



