De SP.A staat voor een pijnlijke saneringsopdracht, nu ze kiest voor de oppositie. Binnen de partij leeft ongenoegen over de aanstelling van Freya Van den Bossche als fractieleidster.
De SP.A/Spirit-nederlaag en de zelf opgelegde oppositiekuur veroorzaken een sociaal bloedbad bij de partij. Zes federale kabinetten, vijf senatoren en negen kamerleden gaan verloren in de rode nederlaag, en met hen een grote groep medewerkers.
‘In totaal gaat het om zo’n 300 personen. Gelukkig is bijna de helft van hen gedetacheerd vanuit de administratie; die kunnen terug naar hun baan bij de overheid. Voor de anderen is de partij nu koortsachtig op zoek naar een oplossing. Uiteraard is dit een drama’, zegt aftredend federaal minister Renaat Landuyt (SP.A).
De SP.A had in totaal vijf federale kabinetten, Spirit ééntje, met in totaal bijna 240 man personeel. Daarnaast heeft elk parlementslid twee vaste medewerkers; in totaal verdwijnen er naast de parlementsleden dus 28 werkkrachten. Bovendien is een pak medewerkers ook actief op de studiedienst, die betaald wordt via het systeem van partijfinanciering.
In 1999 stond de SP.A na een electorale uppercut voor een soortgelijke saneringsopdracht, maar toen bracht regeringsdeelname soelaas. Heel wat partijmedewerkers werden ondergebracht op ministeriële kabinetten, door de oppositiekuur is dat deze keer uitgesloten.
Elke aftredende SP.A-minister staat nu voor een sociaal bloedbad. Renaat Landuyt moet voor 34 mensen een andere job zoeken. Bij Bruno Tobback, minister van Pensioenen en Leefmilieu, moet een 30-tal mensen vertrekken. Het kabinet van minister van Werk Peter Vanvelthoven is iets groter, met zo’n 40 man. Bij vicepremier Freya Van den Bossche en staatssecretaris Bruno Tuybens moet een 90-tal mensen een andere job krijgen.
Naast het sociaal bloedbad kampt de partij met intern ongenoegen over de aanstelling van Freya Van den Bossche als toekomstig fractieleider in de Kamer. Niet iedereen is het eens met de analyse van de partijtop dat het Van den Bossches verdienste is dat de partij in Gent standhield op 10 juni. Bovendien stelt een pak mensen binnen de SP.A haar technisch kunnen om de fractie te leiden, ter discussie. Uit een briefje van Van den Bossche – dat maandag bij haar aanstelling in de SP.A-perszaal rondslingerde – blijkt dat ook de aftredende vicepremier zelf twijfelde aan haar toekomstige rol van oppositieleider.


