In de Parijse voorstad Nanterre is vorige woensdagavond door onbekenden een bus in brand gestoken. Dat melden de prefectuur, de brandweer en de politie. Er vielen geen gewonden en er werden geen aanhoudingen verricht.
Toen de bus rond 22 uur aan een halte aan de Avenue Clemenceau zijn deuren opende, drongen zo’n tien mannen met bivakmutsen het voertuig binnen. Ze sprenkelden benzine in de bus en staken hem in brand. Daarna gingen ze er vandoor.
De tien passagiers hadden ternauwernood de tijd om de bus te verlaten. Een woordvoerder van de politie prees de buschauffeur om de “tegenwoordigheid van geest” waarmee hij de passagiers te hulp schoot.
Het incident in Nanterre vindt plaats de dag voordat de rellen herdacht worden die vorig jaar leidden tot een langdurige verstoring van de openbare orde rond Parijs en andere grote Franse steden.
Zondag vond een vergelijkbaar incident plaats op klaarlichte dag in Grigny, een zuidelijke voorstad van Parijs. De brandweer werd toen die arriveerde met stenen bekogeld.
In Grigny, in het departement Essonne ten zuidwesten van Parijs, bekogelden een 50-tal jongeren voorbijrijdende auto’s met stenen. Verschillende jongeren hadden daar geprobeerd een autobus aan te vallen, maar dit kon door de ordestrijdkrachten vermeden worden.
In het departement Essonne werden door de busmaatschappij uit veiligheidsoverwegingen na het invallen van de duisternis geen lijnbussen meer ingezet naar ‘gevaarlijke’ gebieden. Voor die sectoren waren omleidingen voorzien.
Het is op 27 oktober een jaar geleden dat in de voorsteden (banlieus) van Parijs ongeregeldheden uitbraken, die drie weken duurden en Frankrijk diep schokten. Toen werden in 300 steden 10.300 voertuigen, 300 scholen, bibliotheken en ander openbare gebouwen in brand gestoken. De afgelopen weken vond een vijftal incidenten plaats waarbij patrouillerende agenten werden aangevallen en de autoriteiten vrezen voor een herhaling van het geweld van vorig najaar.
De regering heeft sinds vorig jaar veel geld uitgetrokken en maatregelen getroffen om de armoede en de discriminatie in de voorsteden die als dieperliggende oorzaak van de onlusten worden gezien tegen te gaan. De situatie lijkt desondanks nog niet wezenlijk te zijn verbeterd.


