Het Montenegrijnse “volk” heeft zondag per referendum gekozen voor onafhankelijkheid van Servië. Dat heeft de referendumcommissie in Podgorica maandagochtend officieel bevestigd. “Montenegro heeft naar de wil van zijn inwoners zijn onafhankelijkheid herkregen”, aldus de premier van Montenegro Milo Djukanovic maandag, verwijzend naar eerdere perioden van onafhankelijkheid in de geschiedenis.
Volgens de premier kregen de onafhankelijkheidsgezinden op basis van 99% van de resultaten 55,5% van de stemmen. Dit cijfer kan niet meer worden aangevochten, aldus Djukanovic voor een publiek van aanhangers in Podgorica. De onafhankelijkheidsgezinden halen hiermee nipt de geldigheidsdrempel van 55% die door de Europese Unie was ingesteld. Europa is nu dus een klein landje rijker.
Montenegro (650.000 inwoners) en Servië, dat 15 keer zoveel inwoners telt, vormden in 2003 op het puin van het oude Joegoslavië een unie met losse banden waarvan de gemeenschappelijke instellingen als ondoeltreffend werden beschouwd. Montenegro beschikt reeds over een praktisch volledige autonomie, met een regering, een parlement, een munt (de euro) en een douanesysteem.
Voor Servië smaakt het verlangen naar onafhankelijkheid van een buur die dezelfde taal, dezelfde religie en dezelfde tradities heeft, begrijpelijk naar verraad. Belgrado heeft nog niet op de referendumuitslag gereageerd.
Voor Milo Djukanovic is de uitslag een persoonlijke overwinning. De 44-jarige premier ijvert al jaren voor een onafhankelijk Montenegro. Hij werd na zijn bekendmaking op een langdurig applaus onthaald. Zijn aanhangers zwaaiden met Montenegrijnse vlaggen en riepen kreten als “We hebben een staat”, “Leve Montenegro” en “Milo, Milo.” In de straten van Podgorica werd al sinds het bekend worden van de voorlopige resultaten feestgevierd. Mensen lieten vuurwerk ontploffen en auto’s reden claxonnerend door de Montenegrijnse hoofdstad.